24 jaar cel geëist tegen Begoña Gómez: ook rol Sánchez onder vergrootglas
In dit artikel:
De juridische druk op Begoña Gómez, partner van premier Pedro Sánchez, neemt toe nu de conservatieve organisatie Hazte Oír als volksaanklager cumulatief tot 24 jaar gevangenisstraf tegen haar eist. Ook Cristina Álvarez, adviseur in paleis La Moncloa, wordt geconfronteerd met een eis van ruim 22 jaar; ondernemer Juan Carlos Barrabés zou tot circa zes jaar kunnen krijgen. De beschuldigingen hebben betrekking op een leerstoel aan de Complutense Universiteit in Madrid en omvatten vier mogelijke delicten: beïnvloeding, verduistering van publieke middelen, corruptie in het bedrijfsleven en onrechtmatige toe‑eigening.
Hazte Oír vraagt naast gevangenisstraffen ook strikte voorzorgsmaatregelen, zoals een vertrekverbod uit Spanje, inlevering van paspoorten en een meldplicht bij de rechtbank wegens vermeend vluchtgevaar. De volksaanklacht wil bovendien talloze prominente getuigen horen als het tot een proces komt, onder wie premier Sánchez zelf, minister Félix Bolaños, Air Europa-topman Javier Hidalgo en zakenman Víctor de Aldama, waardoor de zaak een sterk nationaal-politieke lading krijgt.
Onderzoeksrechter Juan Carlos Peinado sloot eind maart de instructiefase af en bewoog de procedure richting een volksjury. De verdediging van Gómez en die van Álvarez hebben hiertegen formeel geprotesteerd: zij noemen de beschuldigingen gebaseerd op veronderstellingen, onvoldoende gemotiveerd en schendend voor verdedigingsrechten, en vragen archivatie. Opmerkelijk is dat het Spaanse Openbaar Ministerie het tegenovergestelde standpunt inneemt en om sepot verzoekt wegens gebrek aan aanwijzingen voor strafbare feiten.
De rechtbank in Madrid moet nu beslissen of er daadwerkelijk een juryproces komt of dat de zaak (gedeeltelijk) wordt geseponeerd. Belangrijk is dat het nu om eis en vervolgingsbesluit gaat; een veroordeling is nog niet uitgesproken.