Boodschappenprijzen in Spanje stijgen harder in andere EU-landen, terwijl Nederland goedkoper wordt
In dit artikel:
Spanjaarden betaalden in augustus meer voor boodschappen dan inwoners van vrijwel elk ander Europees land. Volgens Eurostat lagen de voedselprijzen 2,3 procent hoger dan een jaar eerder; alleen Cyprus kende met 3,8 procent een sterkere stijging. In Frankrijk en Italië bedroeg de toename 1,1 procent, terwijl voedsel in Nederland 1 procent goedkoper werd en in Zweden zelfs 6,2 procent goedkoper.
De situatie verslechterde in september. Het Spaanse statistiekbureau INE meldde een voedselinflatie van 2,7 procent. Vooral verse producten werden duurder: bessen kosten bijna de helft meer, tomaten, paprika’s en komkommers ongeveer 17 procent meer en eieren ruim 12 procent meer. De totale inflatie kwam uit op 4,9 procent, mede door hogere brandstof- en energieprijzen.
Supermarkten zeggen een deel van de kostenstijging voorlopig zelf op te vangen door efficiënter te werken en genoegen te nemen met lagere marges. Toch schat brancheorganisatie Asedas, die onder meer Mercadona, Lidl, Aldi en Dia vertegenwoordigt, de extra kosten inmiddels op ruim 130 miljoen euro. Vooral elektriciteit, diesel en verpakkingsgrondstoffen zijn duurder geworden. Asedas waarschuwt dat die kosten uiteindelijk steeds vaker bij consumenten terechtkomen.
Landbouwminister Luis Planas riep bedrijven op hun prijzen te matigen. Voedingsmiddelenfederatie FIAB vindt juist dat de regering onvoldoende steun biedt en vraagt om hulp bij energie, financiering en liquiditeit. Consumenten passen hun gedrag intussen aan: ze kiezen vaker voor huismerken, voordeelverpakkingen en goedkopere supermarkten. Vooral Mercadona, Lidl, Aldi en Dia kunnen daarvan profiteren.
Vandaag Inside: René van der Gijp over podcast setting Johan Derksen en Davina Michelle: 'Lijkt wel bloemencorso!'