Costa del Sol maakt zich op voor 12.000 ton invasieve algen in 2026

dinsdag, 12 mei 2026 (09:48) - InSpanje

In dit artikel:

Tien jaar na de eerste waarnemingen is de invasieve zeewier Rugulopteryx okamurae uitgegroeid tot een onhoudbaar milieuprobleem langs de Costa del Sol en de rest van Andalusië. Een recent rapport van de Junta de Andalucía stelt dat uitroeiing niet meer haalbaar is; de soort breidt zich explosief uit en veroorzaakt grootschalige aanspoelingen.

Voor 2026 verwacht de regionale overheid dat Málaga alleen al tussen de 8.000 en 12.000 ton van deze alg te verwerken krijgt, waarmee de provincie na Cádiz het zwaarst wordt getroffen. De overlast zal zich langs vrijwel de hele kust laten voelen, met sterke impact in onder meer Manilva, Estepona, Marbella, Fuengirola, Torremolinos, Málaga‑stad, Vélez‑Málaga en Nerja. Voor heel Andalusië rekent de Junta op ongeveer 49.000 ton aangespoeld materiaal (in een worstcasescenario tot 64.000 ton); Huelva lijkt voorlopig het minst te lijden (1.000–3.000 ton), Granada krijgt naar verwachting 3.000–5.000 ton.

Onderzoekers vermoeden dat de soort via illegale lozingen van ballastwater door schepen is binnengekomen. Rugulopteryx verdringt inheemse algen en verstoort onderwaterecosystemen; bij massale aanspoeling en ontbinding daalt de waterkwaliteit en het zuurstofgehalte, wat vissen, andere zeeorganismen en Natura 2000‑gebieden schaadt. Voor de visserij is het een directe operationele last: netten en vistuig raken verstopt, materiaal slijt sneller en vangsten van dertien commerciële soorten zijn in sommige gebieden 20–48% gedaald, vooral bij kleinschalige kustvisserij.

Toeristisch gezien is de alg niet giftig voor mensen maar zorgt rotting bij warm weer voor een penetrante geur, obstructie van strandzones en soms tijdelijke sluiting van stranden. Gemeenten krijgen daardoor oplopende kosten voor opruimen, transport en verwerking.

De soort groeit bij 10–30 °C en kan kortere koude periodes overleven, wat verklaart waarom hij inmiddels voorkomt van Bilbao tot Sicilië. Die brede tolerantie bemoeilijkt bestrijding en vergroot het risico van verdere verspreiding langs Europese kusten. Beheersmaatregelen blijven grotendeels beperkt tot monitoring, kostbare mechanische verwijdering en lokale mitigatie; betere handhaving van ballastwaterregels en onderzoek naar valorisatie of langdurige beheersstrategieën worden als noodzakelijke vervolgstappen gezien.