Goedkoper tanken, maar leven in Spanje blijft duurder
In dit artikel:
De Spaanse inflatie is in juni uitgekomen op 3,2 procent, zo meldde het statistiekbureau INE maandag op basis van voorlopige cijfers. Daarmee blijft de prijsstijging al drie maanden op rij op hetzelfde niveau, hoger dan begin dit jaar, toen de inflatie nog rond 2 procent lag. De ontwikkeling hangt vooral samen met schommelingen in energie: goedkopere brandstof dempte de inflatie, maar het vervallen van een tijdelijke belastingkorting op gas en elektriciteit per 1 juni zorgde juist weer voor extra druk op de prijzen.
De zogeheten kerninflatie, waarin energie en verse voeding niet worden meegerekend, zakte licht van 3,0 naar 2,9 procent. Dat wijst erop dat de prijsstijgingen voorlopig vooral uit de energiesector komen en nog niet breed in de Spaanse economie zijn doorgedrongen. Voor huishoudens is het beeld gemengd: tanken is goedkoper, maar energierekeningen vallen weer hoger uit, terwijl de totale consumentenprijzen gemiddeld 3,2 procent boven het niveau van een jaar geleden liggen.
De Spaanse regering van premier Pedro Sánchez kondigde maandag bovendien een nieuw steunpakket aan, al zijn de details daarvan nog niet bekend. Volgens het ministerie van Economie hebben eerdere noodmaatregelen de inflatie met bijna een procentpunt gedrukt. Economen van Bankinter verwachten dat de inflatie later dit jaar tijdelijk kan oplopen tot ongeveer 3,4 procent, voordat die op langere termijn weer afkoelt.
De Oranjezomer: Hugo Borst over schrappen van woorden als 'homokroeg' in biografie Komrij: 'Geschiedvervalsing!'