Hoe Spanje van vluchtland veranderde in immigratieland
In dit artikel:
Op de kade van een Canarisch eiland worden in de vroege ochtend uitgeputte migranten in kleine groepen aan land gebracht: dorstig, koud en soms slechts met een plastic zak. Hulpverleners en vrijwilligers van het Rode Kruis bieden dekens, water en registratie. Het tafereel geeft aanleiding tot politieke discussies over aantallen, grenzen en draagkracht — maar het is geen nieuw fenomeen voor Spanje.
Historisch gezien was Spanje in de twintigste eeuw juist een bronland van massale migratie en vluchtelingen. Direct na het einde van de Spaanse Burgeroorlog staken in de winter van 1939 naar schatting 450.000 republikeinen de Pyreneeën over in de Retirada, op de vlucht voor Franco’s troepen. Frankrijk, overrompeld, zette vele vluchtelingen in geïmproviseerde kampen langs de kust (zoals Argelès-sur-Mer) waar voedsel, onderdak en medische zorg vaak tekortschoten. Duizenden keerden nooit terug en bouwden later een leven op in Frankrijk, Mexico of Argentinië.
Tijdens de bijna veertig jaar van het Franco-regime bleef emigratie doorgaan, nu vaak gedreven door economische noodzaak. Vanaf de jaren vijftig en zestig trok de vraag naar arbeidskrachten in Noord‑ en West‑Europa miljoenen Spanjaarden weg naar Duitsland, Zwitserland, België, Nederland en Frankrijk als zogenaamde ‘gastarbeiders’. Anderen gingen naar Latijns‑Amerika — Argentinië en Venezuela waren populaire bestemmingen — waardoor hele dorpen, met name in regio’s als Galicië, gedeeltelijk ontvolkten. Tegelijkertijd speelde grootschalige binnenlandse migratie: tussen de jaren vijftig en zeventig verplaatsten honderdduizenden mensen zich van arme plattelandsgebieden in Andalusië en Extremadura naar de industriële centra rond Barcelona, Madrid en het Baskenland. Deze migranten, in Catalonië soms neerbuigend ‘charnegos’ genoemd, vestigden zich in snel opgerichte buitenwijken en vervulden laagbetaalde banen.
Sinds de jaren negentig kantelde het beeld: dankzij economische groei en EU-integratie werd Spanje voor het eerst in zijn moderne geschiedenis een aantrekkelijk bestemmingsland. Migranten uit Marokko, Latijns‑Amerika en later Oost‑Europa kwamen werken in landbouw, bouw en zorg. Die snelle omslag — van vertrek- naar aankomstland binnen één generatie — helpt verklaren waarom het huidige publieke debat soms gespannen is: Spanje heeft relatief weinig tijd gehad om te wennen aan zijn nieuwe rol als ontvangend land, terwijl veel families nog maar één of twee generaties verwijderd zijn van emigratie of ballingschap.
Op Europees niveau trad op 12 juni het nieuwe migratie- en asielpact in werking: een pakket regels dat striktere buitengrenzen, versnelde procedures en een herverdeelsysteem tussen lidstaten moet brengen. De invoering van het pact onderstreept hoe staten proberen migratie bestuurbaar te maken, terwijl de geschiedenis laat zien dat mensen blijven bewegen uit oorlog, armoede of hoop op een beter leven.
Kortom: de recente beelden van aankomst op de Canarische Eilanden zijn onderdeel van een veel langer en complexer migratieverhaal. Vertrekken, zoeken en opnieuw beginnen blijken geen uitzonderingen in de Spaanse geschiedenis, maar terugkerende constante factoren die de huidige politiek en publieke reacties diep kleuren.
De Oranjezomer: Jan Slagter stond ineens oog in oog met Ali B: 'Ik had een akkefietje met hem'