Hoe Toledo een centrum van vertalers werd
In dit artikel:
Toledo speelde in de middeleeuwen een sleutelrol als vertaalcentrum waar christenen, joden en moslims samen kennis uit de klassieke oudheid en de islamitische wereld toegankelijk maakten voor Europa. Na de herovering van de stad door Alfonso VI in 1085 bleef de gemengde bevolking bestaan, waardoor Arabisch, Hebreeuws, Latijn en later Castiliaans naast elkaar werden gebruikt. In de twaalfde eeuw stimuleerde aartsbisschop Raymond van Toledo de vertaling van wetenschappelijke, medische en filosofische teksten naar het Latijn. In de dertiende eeuw gaf koning Alfonso X die beweging extra vaart door ook vertalingen in het Castiliaans te laten maken, zodat kennis niet langer alleen voor geleerden beschikbaar was. Onder zijn bescherming ontstonden onder meer astronomische tabellen, juridische werken en kronieken. Dankzij Toledo kwamen werken van onder anderen Aristoteles, Euclides, Galenus en Avicenna opnieuw in omloop aan Europese universiteiten, van Bologna tot Oxford. Vanaf de veertiende eeuw maakten toenemende spanningen, geweld en uiteindelijk de verdrijving van joden in 1492 en de bekering van moslims een einde aan die bloeiperiode. Toch zijn de synagogen, moskee en kathedraal in de stad nog altijd tastbare herinneringen aan die unieke samenwerking.
De Oranjezomer: Chris Woerts over statement Tofik Dibi: 'Niet de deurwaarders, híj is een slecht mens!'