In dit klooster strijden nonnen voor zeldzaam Spaans reuzenkonijn
In dit artikel:
Achter de kloostermuren van San Antonio de Padua in het historische centrum van Toledo houden elf contemplatieve zusters zich niet alleen bezig met gebed en ambachtelijke productie van zoetigheden en ijs, maar ook met het behoud van het bijna uitgestorven Spaans reuzenkonijn. De gemeenschap fokt het ras al dertig jaar en vormt met 20 voedsters en 16 rammen een van de belangrijkste fokgroepen van Spanje. Sinds januari 2024 werken de nonnen samen met de Universidad Complutense in Madrid om inteelt te voorkomen en de genetische zuiverheid te bewaken.
Het Spaans reuzenkonijn, van oorsprong uit Valencia en ontstaan door kruisingen onder andere met het Vlaamse reuzenkonijn, kan tot zo’n 96 cm groot worden en bijna 9 kg wegen. Vroeger was het dier algemeen op boerderijen voor vlees en vanwege de hoge vruchtbaarheid, maar sinds de komst van moderne hybriderassen in de jaren zeventig is het ras sterk achteruitgegaan. Volgens het ministerie van Landbouw waren er in 2024 nog slechts 67 raszuivere voedsters in heel Spanje, waardoor de bijdrage van het klooster extra waardevol is.
De zusters hebben speciale huisvesting ingericht: een gekoelde ruimte (16–23 °C), regelmatige reiniging van hokken en tijdens de fokperiode continu licht om de paring te stimuleren. Het onderhoud is kostbaar: de jaarlijkse uitgaven voor voer en medicatie liggen tussen de 6.000 en 7.000 euro; donaties en een subsidie van de provincie Toledo bieden steun. De nonnen voeren het project vanuit behoudsdrang, niet om commercieel vlees te produceren — administratieve en praktische belemmeringen maken slacht en verkoop ongeschikt. Overtollige jonge dieren gaan naar gespecialiseerde verenigingen of geregistreerde fokkers; elk konijn is gechipt en gevaccineerd.
Zuster Consuelo Peset, die het project leidt en zelf met het ras is opgegroeid, benadrukt zowel de kwetsbaarheid als de waarde van deze traditie: zonder actieve instandhouding dreigt het ras te verdwijnen, maar de kloostergemeenschap voelt zich bevoorrecht een stukje agrarisch erfgoed te bewaren voor toekomstige generaties.