La Janda, het grootste wetland van Spanje, blijft leeglopen ondanks recordregen
In dit artikel:
La Janda, ooit het grootste wetland van het Iberisch Schiereiland, ligt opnieuw droog ondanks zware regenval van zo’n maand geleden en ondanks dat de Spaanse watervoorraden landelijk voor ongeveer 83,7% gevuld zijn. De droogte is geen mysterie: sinds de jaren veertig werd het moeras door het regime van Franco ontwaterd — officieel om malaria te bestrijden, in de praktijk om landbouwgrond te creëren — en het aangelegde netwerk van kanalen en gemalen werkt nog steeds. Zodra water het gebied binnenstroomt wordt het via die afvoeren naar rivieren en de zee geleid, waardoor ruim 6.000 hectare staatsgrond structureel droog blijft.
Een groot deel van die grond kwam destijds terecht bij families met banden aan het Franco-regime. Onder andere finca Las Lomas, beheerd door de rijke familie Mora-Figueroa Domecq, exploiteert nog honderden hectaren en ontvangt aanzienlijke Europese landbouwsubsidies. Hoewel het Spaanse Hooggerechtshof al in 1967 oordeelde dat meer dan 6.000 hectare eigendom van de staat is, zijn er sindsdien geen doorzichtige of beslissende herstelmaatregelen genomen.
De gevolgen voor natuur en regio zijn ingrijpend: het verdwenen moeras betekende het verlies van een unieke habitat voor tal van soorten en leidde ook tot demografische en economische ontwrichting — naar schatting vertrok tussen de 50 en 60 procent van de lokale bevolking en veel gemeenten verloren hun voornaamste inkomstenbron. Natuurkenners zoals Antonio Aguilera benadrukken dat de afwateringsinfrastructuur op sommige plekken zo imposant is dat er zelfs vrachtwagens doorheen kunnen rijden, en noemen de drooglegging een historische fout die herstelbaar is.
Er bestaan wel plannen en politieke intenties: staatssecretaris Hugo Morán wil betrokken partijen bijeenbrengen, mede onder druk van de Europese Unie, en de regio Andalusië staat open voor overleg. Concreet herstel van La Janda ontbreekt echter in huidige stroomgebiedsplannen, waardoor natuurorganisaties samen met de gemeente Barbate zelf experimenten starten om delen van het gebied terug te winnen en te laten zien dat natuurherstel ook economische kansen kan bieden.
Andere Spaanse projecten laten zien dat herstel werkt. In La Nava (Palencia) begon in de jaren negentig een klein herstelveen dat inmiddels is uitgegroeid tot een werkzaam natuurgebied met meer biodiversiteit en nieuwe economische activiteit. In La Antela (Galicië) lopen kleinschalige samenwerkingen tussen natuurorganisaties en boeren, waarmee natuur en landbouw gecombineerd worden.
La Janda is symptomatisch voor een breder probleem: onderzoekers van de Universidad Autónoma de Madrid en het CSIC concludeerden op basis van satellietbeelden dat in twintig jaar tijd ongeveer 22% van de tijdelijke lagunes in Spanje is verdwenen. Belangrijkste oorzaken zijn landbouwpraktijken (zoals het omploegen van oevers en het graven van kanalen), verstedelijking, begrazing, vervuiling en overmatig grondwatergebruik. Als gevolg vullen veel lagunes vooral in de herfst minder vaak, met nadelige effecten voor biodiversiteit en waterbeheer.