Made in Europa: kan Spanje profiteren van de nieuwe Europese industriepolitiek?
In dit artikel:
Spanje profileert zich als potentiële pijler van de Europese "Made in Europe"-strategie: door veel zon en wind, een stevige industriële basis en strategische havens kan het land bijdragen aan het terugbrengen van productie en technologische ontwikkeling binnen Europa, zodat de afhankelijkheid van China en de Verenigde Staten vermindert. Het momentum daarvoor ontstond sinds de coronapandemie, de energiecrisis en toenemende geopolitieke spanningen, toen in Brussel het besef groeide dat belangrijke ketens kwetsbaar zijn als ze buiten het continent geconcentreerd zijn.
Energie is Spanjaars grootste troef. Dankzij uitstekende zon‑ en windcondities groeit hernieuwbare capaciteit snel; netbeheerder Red Eléctrica schat dat zonne‑energie in 2025 ongeveer een kwart van het geïnstalleerde vermogen vertegenwoordigt, iets meer dan wind. Die groene stroom kan worden omgezet in groene waterstof, met projecten als H2Med die Spaanse en Portugese waterstofverbindingen met Frankrijk en later Noord‑Europa willen leggen. Enagás werkt aan een beoogd waterstoftransportnet van circa 2.700 kilometer, maar veel tracés verkeren nog in ontwerp- en vergunningsfase: uitvoering hangt af van investeringen, vergunningen en maatschappelijk draagvlak. Als deze infrastructuur er komt, kan Spanje zowel energiehub als productielocatie voor waterstof- en windturbinetechnologie worden.
De autoindustrie is al lang een hoeksteen van de Spaanse economie (rond 10% van het bbp en circa 18% van de export). Met de omschakeling naar elektrisch rijden probeert Madrid via programma’s als Spain Auto 2030 investeringen aan te trekken voor EV‑productie, laadinfrastructuur en batterijfabricage. Doel is een grotere, Europese batterijketen te bouwen en de afhankelijkheid van Aziatische leveranciers te verkleinen, maar concurrentie met andere EU‑landen en factoren als vergunningen, energieprijzen en logistiek spelen mee.
Op halfgeleidergebied stapt Spanje in via het nationale PERTE Chip‑programma, met een subsidieronde van ongeveer 200 miljoen euro om micro‑elektronica en gespecialiseerde onderdelen te stimuleren. Aansluiting bij de EU Chips Act moet meer chipontwikkeling binnen Europa brengen, maar Spanje richt zich voorlopig vooral op R&D en niches, omdat het geen grote chipfabrieken heeft.
Ook defensie en kritieke grondstoffen winnen aan belang. Spaanse bedrijven zoals Airbus, Navantia en Indra participeren in Europese samenwerkingen (onder meer FCAS) voor wapensystemen, drones en digitale netwerken. Binnenlands potentieel voor lithium en andere grondstoffen bestaat, maar mijnbouwprojecten lopen tegen juridische procedures, milieuprotesten en lokale weerstand aan.
Landbouw blijft een exportsterk punt (olijfolie, fruit, groenten, wijn), maar droogte en klimaatverandering bedreigen opbrengsten en daarmee Spanje’s bijdrage aan Europese voedselzekerheid. Tenslotte versterkt de geografische ligging met havens als Algeciras, Valencia en Barcelona Spanje’s logistieke rol voor verbindingen met Afrika, Latijns‑Amerika en het Middellandse Zeegebied.
Kortom: Spanje heeft veel ingrediënten — zon, wind, industrie en havens — om een sleutelrol in Made in Europe te vervullen. De realisatie valt of staat echter met het tempo van uitvoering: investeringen, netcapaciteit, vergunningen en lokaal draagvlak bepalen of plannen daadwerkelijk materialiseren te midden van sterke Europese concurrentie.