Nederlandse financier op Mallorca spil in Spaanse Plus Ultra-zaak
In dit artikel:
In een onderzoek naar de staatssteun aan de kleine Spaanse luchtvaartmaatschappij Plus Ultra heeft een huiszoeking in een villa op Mallorca, die Spaanse media verbinden aan de Nederlandse financier Simon V., nieuwe aandacht getrokken. De financiële recherche UDEF doorzocht een woning in Santa Maria del Camí en nam onder meer goud, sieraden, luxe horloges, computers, harde schijven en usb-sticks in beslag.
Simon V. wordt door de Spaanse justitie gezien als schakel die hen op het spoor bracht van een internationaal financieel netwerk dat onder andere geldstromen uit Venezuela zou hebben verplaatst en mogelijk witgewassen via vennootschappen en rekeningen in landen als Zwitserland, Gibraltar, Montenegro, het VK en Mauritius. Kort vóór de toekenning van de staatssteun in 2021 zou V. via ondernemingen als Allpa Wira Trading UK, Wailea Invest LTD en Valerian Corporation leningen aan Plus Ultra hebben verstrekt; hij verklaarde in Genève dat die leningen volledig zijn terugbetaald. Spaanse onderzoekers vermoeden echter dat bijna 16 miljoen euro van de ontvangen 53 miljoen euro steun is doorgeboekt naar bedrijven die met het vermeende witwasnetwerk worden geassocieerd, waarvan minstens 2,5 miljoen naar moeilijk traceerbare buitenlandse rekeningen zou zijn gegaan.
Het dossier heeft ook buitenlandse dimensies: Zwitserse en Franse autoriteiten onderzochten al een vermoedelijk netwerk dat Venezolaanse gelden via Europa en belastingparadijzen verplaatste, met mogelijke banden naar goudhandel en grondstoffenbedrijven. Daarnaast is oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero officieel als verdachte aangemerkt; de onderzoeksrechter ziet aanwijzingen voor een centrale rol van Zapatero in het invloedssfeernetwerk rond Plus Ultra. Hij ontkent elke inmenging en benadrukt dat zijn handelen legaal was. Zijn verhoor bij de Audiencia Nacional is uitgesteld naar 17 en 18 juni.
Politiek zorgt de zaak voor druk op premier Pedro Sánchez: de regering verwijst naar de onschuldpresumptie en procedurele juistheid, terwijl de oppositie het incident gebruikt om vragen te stellen over de motieven voor de redding en het vervolg van de staatsmiddelen. Tot dusver zijn er geen veroordelingen; het onderzoek bestrijkt meerdere landen en raakt zowel financiële als politieke kringen.