Pintxo uit San Sebastián wil UNESCO-status
In dit artikel:
Initiatiefnemers in San Sebastián (Donostia) bereiden een kandidatuur voor om de pintxo-cultuur op de UNESCO-lijst voor immaterieel cultureel erfgoed te krijgen. Het streven richt zich niet alleen op het culinaire aspect van het hapje, maar vooral op het sociale ritueel eromheen: het barhoppen (poteo) waarbij mensen van kroeg naar kroeg trekken, telkens een pintxo met een drankje nemen en gesprekken aan de toog voeren.
Pintxos ontstonden in de 20e eeuw als eenvoudige hapjes op brood en ontwikkelden zich tot een gastronomisch visitekaartje van wijken als Parte Vieja en Gros. Een van de oudste geassocieerde zaken is Gran Bar La Espiga in Calle San Marcial, geopend op 17 november 1928 en nog in handen van de familie Castro. De beroemde gilda — olijf, ansjovis en pittige peper — zou in de jaren veertig zijn ontstaan in bar Casa Vallés en kreeg zijn naam naar aanleiding van de film Gilda.
Voorstanders benadrukken dat de pintxo meer is dan eten: het verbindt generaties, zet lokale producten in de schijnwerpers en vormt een levendig onderdeel van Baskische identiteit. San Sebastián’s gastronomische reputatie en internationale populariteit versterken dit, maar roepen ook zorgen op; bewoners vrezen dat massatoerisme de authentieke barcultuur kan uithollen. Met UNESCO-erkenning hopen zij juist die oorspronkelijke waarden te beschermen.
Het dossier wordt samengesteld door lokale instellingen, horecaorganisaties en culturele verenigingen en moet geschiedenis, sociale betekenis en huidige praktijk grondig onderbouwen. Zodra Spanje de aanvraag indient, volgt een meerjarig beoordelingsproces. De pintxo wordt zo gepresenteerd als een levenswijze waarin ontmoeting, creativiteit en traditie samenkomen.