PNV en Junts willen verkiezingen, maar laten Sánchez niet vallen

zaterdag, 30 mei 2026 (17:33) - InSpanje

In dit artikel:

Twee van de belangrijkste parlementaire steunpilaren van premier Pedro Sánchez — de Baskische PNV en de Catalaanse onafhankelijkheidsformatie Junts — hebben openlijk gezegd dat hun vertrouwen in de regering op is. Toch zetten zij geen stap om het kabinet van Sánchez daadwerkelijk ten val te brengen. Die ogenschijnlijke paradox ligt aan de basis van de huidige politieke impasse in Spanje.

De vertrouwenscrisis is het gevolg van een stapeling van gerechtelijke onderzoeken rond mensen uit de directe omgeving van de socialistische partij PSOE. Centraal staat de Koldo‑zaak, een onderzoek naar gunningen voor mondkapjes tijdens de coronapandemie waarin oud-minister José Luis Ábalos en zijn voormalige adviseur Koldo García voorkomen. Daarna raakte Santos Cerdán, tot voor kort partijsecretaris die namens Sánchez met Junts onderhandelde, in opspraak en trad af. Ook voormalig premier José Luis Rodríguez Zapatero werd recent genoemd in verband met de omstreden redding van luchtvaartmaatschappij Plus Ultra; hij ontkent betrokkenheid. Daarnaast lopen onderzoeken naar zakelijke activiteiten van Sánchez’ vrouw Begoña Gómez en zijn broer David Sánchez. Hoewel de premier zelf niet als verdachte wordt genoemd, versterken deze zaken het beeld van een regering die meer met juridische schadebeperking bezig is dan met besturen.

Junts en de PNV trekken daaruit dezelfde conclusie: het kabinet heeft zijn politieke houdbaarheidsdatum bereikt en Spanje heeft nieuwe verkiezingen nodig. Junts-woordvoerder Míriam Nogueras en PNV‑leiders zoals Aitor Esteban en Iñigo Urkullu hebben dat meerdere keren aangegeven. Die onvrede wordt extra gevoed doordat belangrijke wetgeving stokt en er geen nieuwe begroting ligt.

Toch nemen beide partijen niet deel aan een motie van wantrouwen van de conservatieve Partido Popular (PP). De reden is principieel: de PP is voor succes afhankelijk van steun van de radicaal‑rechtse partij Vox, en samenwerking met Vox vormt een absolute rode lijn voor zowel Baskische als Catalaanse nationalisten omdat die partij zich fel verzet tegen regionale autonomie en nationalistische bewegingen. Junts beschikt bovendien over slechts zeven zetels en kan geen motie zelfstandig indienen.

De PNV heeft daarnaast eigen strategische overwegingen: de partij regeert samen met socialisten op regionaal niveau in Baskenland en wil niet geassocieerd worden met een rechts blok of het verlies van invloed aan links‑radicale concurrent EH Bildu. Ook vreest de PNV dat nationale verkiezingen die samenvallen met lokale verkiezingen regionale thema’s overschaduwen.

Premier Sánchez zelf geeft geen tekenen van vervroegde verkiezingen en houdt vast aan zijn mandaat tot 2027; hij zal op 24 juni in het parlement uitleg geven over de situatie. Omdat de oppositie niet over voldoende stemmen beschikt en een mislukte motie de PP kan verzwakken, blijft de huidige impasse bestaan: twee steunpartijen roepen om verkiezingen maar weigeren de regering omver te werpen als dat Vox aan de macht zou helpen, waardoor Sánchez voorlopig in functie blijft.