Sagrada Familia: het meesterwerk dat zijn schepper overleefde

donderdag, 4 juni 2026 (08:02) - InSpanje

In dit artikel:

Bijna anderhalve eeuw nadat de eerste steen werd gelegd, is de Sagrada Familia nog altijd in aanbouw en ligt ze opnieuw in de internationale schijnwerpers. De beroemde basiliek in Barcelona, die Antoni Gaudí vanaf 1883 tot aan zijn dood na een tramongeluk in 1926 als levenswerk behandelde, bereikte in februari 2026 met de voltooiing van de toren van Jezus Christus een hoogte van 172,5 meter—het hoogste religieuze gebouw ter wereld—maar is nog steeds niet af. Op 10 juni zal paus Leo XIV de nieuwbouwwerkelijkheid officieel inzegenen en een eucharistieviering houden; de plechtigheid trok duizenden aanmeldingen terwijl er slechts rond 4.000 plekken beschikbaar zijn.

Een uitgebreid reportageteam van El País Semanal kreeg ongebruikelijke toegang tot afgesloten delen van de bouwplaats en schetst een levendig beeld van een project waarin traditioneel ambacht en moderne technologie samenkomen. De werkzaamheden worden geleid door Jaume Oromí; ongeveer 150 vakmensen — steenhouwers, keramisten, ingenieurs, modelbouwers en gespecialiseerde klimmers — werken dagelijk aan elementen als de met de hand beschilderde keramische hemel in de toren van Jezus Christus (meer dan 50.000 tegels) en een toekomstige glazen lift naar een hoog uitkijkpunt. Waar Gaudí ooit met gipsmodellen en touwen werkte, worden nu 3D-modellen en digitale technieken ingezet.

De Sagrada Familia is uitgegroeid tot het belangrijkste toeristische monument van Spanje: in 2025 bezochten circa 4,8 miljoen betalende bezoekers de basiliek en genereerde die inkomsten van ongeveer 134 miljoen euro, grotendeels herbelegd in de bouw. Die populariteit heeft echter ook nadelen; buurtbewoners klagen over verkeer en overbelasting van de wijk, en de bouwstichting zelf waarschuwt dat het project aan zijn eigen succes kan bezwijken.

Een centraal twistpunt is de vraag in hoeverre de huidige Sagrada Familia nog authentiek Gaudí is. Gaudí liet weliswaar modellen en instructies na, maar veel originelen gingen tijdens de Spaanse Burgeroorlog verloren, waardoor latere generaties onderdelen moesten reconstrueren op basis van foto’s en overgebleven stukken. Critici zoals architect Jordi Badia vinden dat delen van het dossier te veel afwijken van Gaudí’s subtiliteit; al in 1965 tekenden vooraanstaande cultuurdragers protest aan tegen verdere bouw. Voorstanders benadrukken dat Gaudí het project bewust als een meer-generaties-opdracht had opgezet.

De grootste onvoltooide uitdaging is de Gloriefaçade, die als hoofdingang en monumentale trap grote gevolgen kan hebben voor de omliggende buurt en veel debat veroorzaakt tussen bouwstichting, stadsbestuur, erfgoeddeskundigen en bewoners. Ook de keuze van kunstenaars voor de geveldecoratie (onder meer Miquel Barceló, Cristina Iglesias en Javier Marín zijn finalisten) zal bepalen hoe toekomstige generaties het werk beoordelen.

De Sagrada Familia blijft daarmee geen statisch monument maar een levend bouwproject dat generaties verbindt. Of en hoe het ooit precies voltooid wordt, blijft voer voor architectonische, maatschappelijke en erfgoeddebatten — en vormt tegelijk het bijzondere wonder van een bouwwerk dat al bijna 150 jaar nieuwe makers en bezoekers inspireert.