Sánchez ontkent betrokkenheid in zaak Leire Díez: "Ik wist nergens van"
In dit artikel:
Spaanse premier Pedro Sánchez ontkent krachtig dat hij de persoon is die in het gerechtelijk onderzoek rond Leire Díez in afgeluisterde gesprekken als “the one” wordt aangeduid. Hij deed die uitspraak vrijdag vanuit Montenegro, waar hij de top EU–Westelijke Balkan bijwoonde. De Guardia Civil‑eenheid UCO vermoedt dat Díez met die term naar Sánchez verwijst, maar dat blijft een interpretatie en is nog niet bewezen. Sánchez zegt nooit van Díez’ activiteiten op de hoogte te zijn geweest en dat hij dergelijk gedrag niet zou hebben geduld.
Leire Díez is geen bekend partijpoliticus maar gold jarenlang als een informele sleutelpersoon binnen de PSOE: iemand met een uitgebreid netwerk die deuren kon openen bij instellingen en bedrijven. Justitie onderzoekt of zij samen met enkele partijfunctionarissen betrokken was bij dubieuze afspraken rond overheidsopdrachten en subsidies. Daarbij speelt ook SEPI een rol, het staatsfonds dat grote ondernemingen ondersteunt of reddingsoperaties uitvoert—informele invloed daar is politiek gevoelige materie.
Het onderzoek bracht namen aan het licht van personen dicht bij de partijtop. Onderzoeksrechter Santiago Pedraz beval de Guardia Civil documenten veilig te stellen op het PSOE‑hoofdkwartier in Madrid. De partij en Sánchez roepen op tot afwachten en lieten weten dat justitie rustig haar werk moet doen. De juridische dienst van de PSOE bekijkt een dossier van meer dan één terabyte om te beslissen of de partij zelf juridische stappen onderneemt om haar reputatie te verdedigen.
Binnen de regering en de partij klonk steun voor Sánchez. Minister Félix Bolaños stelde vanuit Luxemburg dat er geen aanwijzingen zijn dat de premier iets wist; hij omschreef Sánchez als integer en handelend tegen onregelmatigheden. Minister Ángel Víctor Torres noemde de interpretatie van de Guardia Civil speculatief en waarschuwde tegen het juridiseren van politiek. Sánchez gaf ook zijn vertrouwen in Mercedes González, de directeur‑generaal van de Guardia Civil, die toegaf contact met Díez te hebben gehad; er is volgens hem geen bewijs dat González gerechtelijk onderzoek probeerde te beïnvloeden.
Achtergrond van de gevoeligheid is dat een informele netwerker als Díez, als die betrokken blijkt, het imago en de werking van de PSOE ernstig kan schaden—zeker wanneer het staatsfondsen en overheidsopdrachten betreft.