Sinds EU-lidmaatschap is Spaanse economie verzesvoudigd
In dit artikel:
Spanje viert samen met Portugal veertig jaar lidmaatschap van de Europese Unie, sinds de formele toetreding op 1 januari 1986. Het lidmaatschap markeerde voor Spanje een breuk met decennia van dictatuur en isolement; het land moderniseerde snel, voerde ingrijpende hervormingen door en vergrootte zijn internationale zichtbaarheid, onder meer met de Expo in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona (1992). Toenmalig premier Felipe González vatte die verandering kernachtig samen: “España es Europa.”
Economisch heeft de Europese integratie een enorme impuls gegeven. Het Spaanse bbp groeide van ongeveer €226 miljard bij toetreding naar naar schatting €1,5 biljoen eind 2025 — een meer dan zesvoudige stijging in vier decennia. Deel van die groei kwam direct voort uit Europese steun: tussen 1989 en 2013 ontving Spanje bijna €140 miljard aan EU-middelen (exclusief landbouwsteun), en inclusief cohesiefondsen bedraagt het totaal sinds 1986 zo’n €150 miljard. Na 2015 en vooral dankzij het NextGenerationEU-herstelprogramma ontving Spanje ruim €163 miljard, wat het herstel na de pandemie versnelde.
Drie factoren liggen volgens denktank Real Instituto Elcano aan de basis van deze ontwikkeling: institutionele hervormingen, nauwere economische en financiële verwevenheid met Europa, en grootschalige structurele aanpassingen. Handelsopenheid nam sterk toe (van circa 26% van het bbp in 1985 naar 65% in 1999) en de interne markt plus de komst van de euro vergrootten concurrentie en investeringen. Daardoor groeide Spanje in de late jaren tachtig sneller dan het EU-gemiddelde.
Het traject kende ook zware tegenslagen. Tijdens de eurocrisis viel het bbp per hoofd met 8,7%, een groter deuk dan in grotere landen als Duitsland en Frankrijk. Later herstelde de economie: in 2025 groeit Spanje weer bovengemiddeld met 2,9% (tegen 1,3% in de eurozone), gedreven door binnenlandse vraag, een sterke investeringsstijging (+7,6%) en een robuuste arbeidsmarkt. Werkloosheid daalt naar 10,4%, investeringen liggen circa 40% boven het pre-pandemische niveau, huishoudinkomens zijn gemiddeld 5,3% hoger dan in 2019 en de spaarquote blijft op 13%. Overheidsfinanciën verbeteren; het tekort zakt naar 2,5% van het bbp en de staatsschuld naar ongeveer 103%.
Belangrijke uitdagingen blijven echter bestaan: de woningmarkt (koop- en huurprijzen stegen in 2025 met meer dan 10%), vergrijzing, inflatiedruk en externe handelsrisico’s. Na veertig jaar EU-lidmaatschap is Spanje getransformeerd van een relatief gesloten, agrarisch land tot een moderne, open economie die volwaardig meedraait in Europa.