Spaanse fiscus richt vizier op thuiswerkers in Spanje
In dit artikel:
Spanje trekt veel digitale nomaden en werknemers van buitenlandse bedrijven aan die regelmatig vanuit het land werken. Tegelijk waarschuwt de Spaanse belastingdienst (Hacienda) dat dit fiscale consequenties kan hebben, vooral sinds de OESO haar modelverdrag op 18 november 2025 bijstelde om grensoverschrijdend thuiswerken te verduidelijken.
Kernpunt van de nieuwe richtlijnen is dat de woning van een thuiswerker niet automatisch als een bedrijfsvestiging geldt. Wel vormt het feit dat iemand meer dan de helft van zijn werkuren vanuit Spanje verricht een signaal voor nader onderzoek. Belastingspecialisten benadrukken dat de fiscus dan per geval beoordeelt of die aanwezigheid zakelijk noodzakelijk is — bijvoorbeeld omdat de medewerker in Spanje klanten of leveranciers bezoekt — en persoonlijke redenen zoals mantelzorg of kostenbesparing doorgaans geen geldige rechtvaardiging vormen.
Komt de beoordeling uit op een “vaste inrichting”, dan kan het buitenlandse bedrijf in Spanje vennootschapsbelasting verschuldigd worden over de winsten die aan die aanwezigheid toe te rekenen zijn. Dat risico bestaat niet altijd: als het werk vooral waarde creëert in het thuisland van de werkgever en er geen reële band met de Spaanse markt is, kan er geen belastbare winst in Spanje ontstaan.
Voor de werknemer geldt daarnaast de fiscale woonplaatsregel: wie meer dan 183 dagen per jaar in Spanje verblijft wordt doorgaans als fiscaal inwoner gezien en moet belasting over het wereldinkomen betalen. Ook een gezin of economische kern in Spanje (bankrelaties, eigen woning) kan die status veroorzaken, zelfs bij kortere verblijven.
Advies aan zowel werkgevers als thuiswerkers is om de verblijf- en werkpatronen te inventariseren en fiscaal advies in te winnen, zodat risico’s op dubbele belasting, een onverwachte Spaanse vennootschapsbelastingclaim of een gewijzigde persoonlijke belastingplicht tijdig worden beperkt.