Spaanse verkiezingen: zo werkt de strijd om de macht

vrijdag, 23 oktober 2026 (08:19) - InSpanje

In dit artikel:

Spanje gaat op 29 november vervroegd naar de stembus. De verkiezingen bepalen de samenstelling van het 350 zetels tellende Congreso de los Diputados, dat wetten maakt, de regering controleert en de premier kiest. Voor een absolute meerderheid zijn 176 zetels nodig. De Senaat heeft minder macht; een deel van de senatoren wordt rechtstreeks gekozen en een ander deel aangewezen door de autonome regio’s.

Alleen Spaanse staatsburgers van 18 jaar en ouder mogen aan de landelijke verkiezingen deelnemen. Dat geldt ook voor Spanjaarden in het buitenland. EU-burgers zonder Spaanse nationaliteit mogen wel stemmen bij gemeentelijke en Europese verkiezingen, maar niet voor het nationale parlement.

De politieke strijd wordt traditioneel beheerst door de centrumlinkse PSOE van premier Pedro Sánchez en de centrumrechtse Partido Popular (PP) van Alberto Núñez Feijóo. Rechts van de PP staat het radicaal-rechtse Vox, dat immigratie wil beperken en de macht van de autonome regio’s wil terugdringen. Links van de PSOE werken verschillende partijen samen in Frente Amplio, terwijl Podemos op veel plaatsen afzonderlijk meedoet. De linkse partijen willen onder meer meer overheidsingrijpen op de woningmarkt.

Regionale partijen kunnen doorslaggevend zijn omdat geen van de grote landelijke partijen doorgaans alleen een meerderheid haalt. Partijen uit onder meer Catalonië, Baskenland, Galicië en de Canarische Eilanden hebben uiteenlopende eisen: van onafhankelijkheid tot meer autonomie of financiële voordelen. Tijdens de vorige regeerperiode was Sánchez geregeld van hun steun afhankelijk.

Het kiesstelsel werkt per provincie. Elke provincie krijgt minimaal twee zetels en de overige zetels worden vooral op basis van inwonertal verdeeld. Daardoor zijn kleine partijen in dunbevolkte provincies benadeeld, terwijl regionale partijen met een sterke lokale achterban relatief succesvol kunnen zijn. De partij met de meeste stemmen of zetels krijgt daarom niet automatisch de macht.

Na de verkiezingen draagt koning Felipe VI, na overleg met de partijen, een kandidaat-premier voor. Die heeft bij de eerste vertrouwensstemming 176 stemmen nodig. Bij een tweede stemming 48 uur later volstaat een gewone meerderheid. Een minderheidsregering is dus mogelijk. Als binnen twee maanden geen premier wordt gekozen, volgen nieuwe verkiezingen.

De peilingen lopen sterk uiteen. Het publieke onderzoeksinstituut CIS voorspelt een ruime voorsprong voor de PSOE, terwijl vrijwel alle particuliere peilers de PP bovenaan zetten. In veel van die peilingen behalen PP en Vox samen een absolute meerderheid. De woningcrisis is een belangrijk verkiezingsthema, naast immigratie, belastingen, pensioenen, publieke voorzieningen en de verhouding tussen Madrid en de regio’s. Het nieuwe parlement komt op 23 december bijeen; daarna kan de kabinetsvorming beginnen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!