Spanje al twee jaar zonder begroting: wat zijn de gevolgen voor inwoners?

donderdag, 9 april 2026 (14:48) - InSpanje

In dit artikel:

Sinds 1 januari 2024 draait Spanje zonder nieuwe nationale begroting: het parlement keurde geen vervangende Presupuestos Generales del Estado goed, waardoor de vorige begroting automatisch werd verlengd volgens de Ley General Presupuestaria. Econoom Miguel Ángel Vázquez Taín waarschuwt dat dat geen onschuldige formaliteit is: een begroting vormt het belangrijkste instrument waarmee de staat inkomsten en uitgaven (zorg, onderwijs, infrastructuur, pensioenen, sociale uitkeringen) prioriteert en beleidskeuzes in cijfers vastlegt — “een politieke keuze in cijfers”, aldus Vázquez Taín.

Wat er praktisch gebeurt: de staatsmachine blijft functioneren — ambtenaren en basisvoorzieningen blijven betaald — maar alleen op een basisniveau. Die automatische verlenging is bedoeld om de continuïteit te garanderen, niet om snel te reageren op veranderingen. Als gevolg heeft de regering minder manoeuvreerruimte om te investeren of bij te sturen bij schokken zoals prijsstijgingen, klimaat- en waterschaarste of verhoogde sociale nood. Nieuwe wetten en plannen komen daarnaast moeilijker van de grond omdat uitvoering vaak extra middelen vergt; veel maatregelen blijven daardoor steken in beleidsintenties zonder concrete financiering.

Grote projecten lopen vertraging op: sociale huurbouw, investeringen in energietransitie en hernieuwbare energie, groot onderhoud aan wegen en spoor, en programma’s voor werkgelegenheid of klimaatadaptatie zijn lastiger te starten. Ook de nationale aansluiting bij Europese programma’s, zoals het NextGenerationEU-herstelfonds, kan belemmerd worden als de nationale raming niet is aangepast: “Je kunt geen nieuw beleid lanceren met oude rekeningen”, zegt Vázquez Taín.

De politieke oorzaak is duidelijk: premier Pedro Sánchez’ coalitie van PSOE en Sumar heeft samen slechts 152 van de 350 zetels, terwijl 176 stemmen nodig zijn om een begroting door het Congres te krijgen. De meest logische externe steun zou moeten komen van de Catalaanse partij Junts, maar dat vereist politiek gevoelige concessies die Sánchez niet wil doen. Die patstelling ondermijnt ook het vertrouwen van investeerders, niet omdat Spanje onbestuurbaar wordt, maar omdat het externe signaal van onzekerheid toeneemt.

Brussel houdt Spanje scherp in de gaten. EU-economiecommissarissen riepen Madrid herhaaldelijk op alsnog plannen in te dienen (Paolo Gentiloni in oktober 2024; opvolger Valdis Dombrovskis waarschuwde later voor risico’s rond de afgesproken limieten voor netto-uitgavengroei). Hoewel de Commissie nog geen algemene sancties heeft opgelegd vanwege het ontbreken van een begroting, werd in juli 2025 wel €1,1 miljard aan EU-steun ingehouden omdat twee hervormingen niet waren doorgevoerd — een signaal dat niet-naleving consequenties kan hebben.

Vooruitkijkend: een nieuwe begroting is mogelijk maar afhankelijk van politieke onderhandelingen in Madrid; bronnen bij het ministerie van Financiën zien een realistische kans pas na de zomer van 2026 als de politieke verhoudingen veranderen. Vallen de regering of komen er vervroegde verkiezingen, dan zou de periode zonder vernieuwde begroting nog aanzienlijk kunnen verlengen. Tot die tijd blijft Spanje functioneel, maar minder flexibel en minder in staat om nieuwe prioriteiten daadkrachtig te financieren.