Spanje gebruikt voor het eerst noodwet uit 2015 om crisis Ceuta aan te pakken
In dit artikel:
De Spaanse regering heeft dinsdag voor het eerst sinds de invoering van de nationale veiligheidswet in 2015 de status van “situatie van nationaal veiligheidsbelang” uitgeroepen voor de migratiecrisis in Ceuta. Daarmee komt een speciale crisisstaf onder leiding van minister van Territoriaal Beleid Ángel Víctor Torres de aanpak coördineren. De staf brengt elf ministeries, de regering van Ceuta, de regeringsafgevaardigde en de inlichtingendienst CNI samen.
Premier Pedro Sánchez riep vooraf de Nationale Veiligheidsraad bijeen, een verplichte stap voor het instellen van de crisisstaf. De maatregel volgt bijna een maand nadat op 30 en 31 juli ongeveer 80.000 migranten probeerden Ceuta vanuit Marokko zwemmend binnen te komen. Oppositiepartij PP en de leider van Ceuta, Juan Jesús Vivas, verwijten de centrale regering dat zij te laat heeft ingegrepen. Vivas vroeg al weken om overname van de coördinatie, omdat de exclave de situatie niet meer aankon.
Torres verdedigde het regeringsbeleid en bekritiseerde PP-leider Alberto Núñez Feijóo, die onmiddellijke terugkeer van alle minderjarige migranten eiste. Volgens Torres moet repatriëring wettelijk en zorgvuldig verlopen. Inmiddels zijn ruim 2.900 niet-begeleide minderjarigen geregistreerd. Voor hun opvang en verdeling stelt Madrid 25 miljoen euro extra beschikbaar; een deel wordt naar het Spaanse vasteland overgebracht.
Daarnaast wil de regering het economische steunplan voor Ceuta met 180 miljoen euro uitbreiden. Premier Sánchez zal later uitleg geven in het parlement. Minister van Defensie Margarita Robles was dinsdag het eerste van acht kabinetsleden dat verantwoording aflegde.
Vandaag Inside: Wat verwacht Johan Derksen van de nieuwe partij van Mona Keijzer?