Spanje heeft chronisch tekort aan bouwvakkers: komende jaren 700.000 nodig
In dit artikel:
De Spaanse bouwsector heeft de komende jaren naar schatting 700.000 nieuwe vakmensen nodig. Dat aantal moet zowel de pensionering van huidige werknemers opvangen als de groei van het aantal bouwprojecten mogelijk maken. Het gaat niet om 700.000 openstaande vacatures, maar om een raming van de bouwfederatie CNC.
Hoewel ruim 1,4 miljoen bouwvakkers bij de sociale zekerheid geregistreerd staan, is het steeds moeilijker om personeel te vinden. De sector kampt met sterke vergrijzing en weinig instroom van jongeren. Bij metselaars is ongeveer 65 tot 68 procent ouder dan 45 jaar, terwijl minder dan 5 procent jonger is dan 30. Twintig jaar geleden vormden jongeren nog 20 procent van deze beroepsgroep. Sinds 2016 is het aantal onvervulde vacatures in de bouw verviervoudigd.
De problemen hebben deels hun oorsprong in de vastgoedcrisis van 2008. Veel bouwvakkers verloren toen hun baan, waarna jongeren het zware beroep met beperkte opleidingsmogelijkheden en een matig imago grotendeels links lieten liggen. Buitenlandse werknemers vullen inmiddels een deel van het tekort: circa 275.000 arbeidsmigranten werken in de sector, ongeveer een vijfde van het personeelsbestand, maar zij compenseren de uitstroom van oudere werknemers nog niet.
Bouwbedrijven proberen personeel te lokken met hogere lonen. Een beginner verdient ongeveer 20.000 tot 23.000 euro bruto per jaar; ervaren of gespecialiseerde vakmensen kunnen meer dan 28.000 tot 30.000 euro verdienen. Volgens de sector is salarisverhoging alleen echter onvoldoende. Ook industrieel bouwen, dat de bouwtijd met maximaal 60 procent kan verkorten, en een grotere instroom van vrouwen moeten helpen. In 2025 waren 166.833 vrouwen in de Spaanse bouw werkzaam, 11,5 procent van het totaal. Het tekort draagt bovendien bij aan hogere kosten: begin 2026 stegen de bouwkosten met 5,4 procent.
Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige