Spanje heeft opnieuw hoogste kinderarmoede in EU
In dit artikel:
Spanje had in 2025 opnieuw de hoogste kinderarmoede van de EU: 28,4 procent van de kinderen leeft onder de armoedegrens, blijkt uit Eurostat‑gegevens die zijn gepresenteerd door EAPN‑ES. In totaal liep dat jaar 25,7 procent van de Spaanse bevolking risico op armoede of sociale uitsluiting (AROP/AROPE), ongeveer 12,6 miljoen mensen, waarmee Spanje op de vijfde plaats van de EU-lijst staat (slechter scoren alleen Bulgarije, Griekenland, Roemenië en Litouwen). In de hele EU gaat het om 92,7 miljoen mensen, iets minder dan in 2024. De laagste percentages worden gemeten in Tsjechië, Polen en Slovenië.
De cijfers tonen duidelijke ongelijkheden: vrouwen lopen vaker risico dan mannen, vooral jonge moeders; jongeren (18–24 jaar) zijn extra kwetsbaar (26,3%); en kinderen tot 18 jaar zitten ook hoog in de risico‑statistieken (24,3%). Opleidingsniveau is van grote invloed: wie minder onderwijs heeft, heeft meer dan een derde kans op armoede, tegenover circa 10% bij mensen met hogere opleiding. Werkloosheid vergroot de kans sterk: 66,3% van de werklozen leeft in armoede of uitsluiting. Ook mensen buiten de arbeidsmarkt hebben een hoog risico; onder werkenden is het risico kleiner maar nog aanwezig (10,9%), en bij gepensioneerden 17,6%. Spanje heeft, na Bulgarije, het hoogste aandeel werkende armen (11,2%).
Huishoudens met kinderen zijn extra zwaar getroffen; bijna drie op de tien Spaanse gezinnen met kinderen leven in armoede. Hoge woonlasten verergeren de situatie: 7,2% van de bevolking besteedt meer dan 30% van het inkomen aan wonen, bij kwetsbare groepen loopt dat op tot 28,3%.
EAPN‑ES wijst op de beperkte werking van Spaanse sociale uitkeringen (die de armoede met 23,2% verminderen versus gemiddeld 33,2% in de EU) en dringt aan op stevige beleidsmaatregelen: eerlijkere belastingen, betere huisvesting en een Europese armoedestrategie vanuit een mensenrechtenperspectief.