Spanje is nu vijfde luxebestemming van Europa, maar de kust betaalt de prijs
In dit artikel:
Spanje is uitgegroeid tot de vijfde luxe-bestemming van Europa, achter Frankrijk, Italië, Zwitserland en Duitsland. De markt verschuift daarbij duidelijk: welgestelde reizigers zoeken steeds minder status en steeds meer betekenisvolle ervaringen, zoals bezoeken aan wijnhuizen, gastronomische routes en op maat gemaakte wellnessreizen. Madrid en Barcelona blijven de belangrijkste hotspots, maar ook de Balearen en Sevilla winnen terrein, mede door de sterke groei van het aantal vijfsterrenhotels.
Aan de Costa del Sol blijft Marbella een vaste motor van de sector. De regio is aantrekkelijk door het klimaat, de veiligheid en nieuwe prestigieuze hotelprojecten, waaronder geplande vestigingen van Four Seasons en Waldorf Astoria. Bovendien groeit daar een nieuwe vorm van luxe snel: branded residences, exclusieve woningen onder namen als Armani of Lamborghini. Volgens Colliers zijn er aan de Costa del Sol al 22 van zulke projecten, goed voor ruim 1.300 woningen en een waarde van ongeveer vier miljard euro.
Die luxehausse heeft ook een keerzijde. Door de hoge vraag stijgen de huizenprijzen zo sterk dat lokale inwoners moeilijker dicht bij zee kunnen blijven wonen en verder landinwaarts trekken. Dat vergroot de druk op de wegen rond Marbella en Málaga en maakt het voor werkgevers, van hotels en restaurants tot ziekenhuizen, lastiger om personeel te vinden. Zo profiteert de regio economisch volop van luxe-toerisme, terwijl juist de mensen die die sector draaiende houden er steeds minder betaalbaar kunnen wonen.
Het Oranje Café: Voormalig scheidsrechter over FIFA-instructie bij WK's: 'Belangrijk dat topspelers in het toernooi blijven'