Spanje rekent opnieuw op duurdere huizen in tweede helft 2026

woensdag, 3 juni 2026 (09:02) - InSpanje

In dit artikel:

Spaanse woningprijzen zetten hun opwaartse trend voort: meerdere economen en banken verwachten voor 2026 duidelijke plusjes, ondanks een daling of stagnatie in het aantal transacties. Televisie‑econoom en UB‑hoogleraar Gonzalo Bernardos rekent op ongeveer 5% prijsstijging volgend jaar. BBVA Research voorziet circa 7%, CaixaBank comeert op 6,3% en Bankinter hield met circa 7% de scherpste prognose aan.

De consensus tussen deze partijen is opvallend: verkoopvolumes lopen terug of vlakken af, maar prijzen blijven stijgen omdat er structureel te weinig nieuwe woningen beschikbaar komen. Bernardos wijst naar de lange termijn: in 1991 begonnen in Spanje ruim 205.000 woningen bij een bevolking van iets meer dan 39 miljoen; in 2025 waren dat nog zo’n 132.000 bij bijna 49,6 miljoen inwoners. Voor 2026 verwacht hij opnieuw onder de 200.000 starters — veel te weinig om aan de vraag te voldoen — waardoor “de woningprijs blijft stijgen (rond de 5%)”, zo stelt hij.

BBVA benadrukt hetzelfde mechanisme: een combinatie van stevige vraag (ondersteund door werkgelegenheid, loonstijgingen en huishoudensgroei, ook door migratie), beperkt betaalbaar aanbod en rente die eerder stabiliseert dan merkbaar remt. Daardoor verwacht BBVA dat prijzen in 2026 met zo’n 7% omhooggaan, ook al stagneert het aantal transacties. CaixaBank spreekt van een markt “in vol expansieve fase” en rekent op 6,3% prijsstijging, waarbij zij eveneens renteontwikkeling, koopkracht en bevolkingsgroei tegenover het tekort aan nieuwbouw plaatst.

Bankinter benadrukt het omvangrijke woningtekort: volgens hun cijfers miste Spanje al 600.000–700.000 woningen en groeit dat tekort jaarlijks met ongeveer 150.000 als het bouwtempo niet sterk toeneemt; over tien jaar zou het probleem kunnen oplopen tot circa twee miljoen ontbrekende woningen. Toch spreken analisten — ook van Bankinter — niet snel van een nieuwe zeepbel zoals die van vóór 2008; zij duiden de situatie eerder als een structureel volatiele omgeving waarin prijzen hoog blijven zolang inkomens en rente binnen bepaalde grenzen blijven.

Lokale signalen zijn duidelijk: in metropolen als Madrid, Barcelona en Valencia merken makelaars en Bernardos dat midden‑ en hogere inkomens soms terughoudender worden, wat de verkoopcijfers remt, maar het beperkte aanbod voorkomt brede prijsdalingen. De rapporten roepen ook politieke vragen op: wie kan zich in de toekomst nog vestigen waar hij wil? Discussies over huurbeleid, sociale woningbouw, toeristische verhuur en het benutten van schaarse bouwgrond zijn onvermijdelijk als beleidsmakers willen reageren op dit langdurige tekort.

Kortom: de Spaanse markt wordt gedomineerd door een aanbodprobleem dat, gecombineerd met aanhoudende vraagfactoren en normale renteniveaus, naar verwachting nog minstens een jaar tot substantiele prijsstijgingen zal leiden.