Van spoorwegfiasco naar groene route: waarom de Baeza-Utiel-lijn in Valencia nog steeds geen Vía Verde wordt
In dit artikel:
Het plan voor de spoorlijn Baeza–Utiel ontstond al in de negentiende eeuw en kreeg onder de dictatuur van Primo de Rivera in 1926 officiële vorm. Het ambitieuze tracé moest vanaf Baeza (noordoostelijk van Jaén) via Albacete naar Utiel (Valencia) doorlopen naar Teruel en verder noordwaarts richting Frankrijk — opvallend genoeg zonder via Madrid te lopen. Uiteindelijk is de lijn nooit voltooid: werken werden in 1964 gestaakt, in 1984 beleidsmatig afgevoerd en later zijn aangelegde rails en installaties verkocht en opgebroken.
De mislukking is toe te schrijven aan een combinatie van hoge aanlegkosten, bestuurlijke wisselingen en twijfel over het economische nut. Het traject trok door zeer dunbevolkte gebieden en vereiste kostbare tunnel-, viaduct- en grondwerken. Toen Spanje later meer in wegen en andere spoorlijnen investeerde, zakte dit project weg. Slechts één deel van het grotere plan kwam in gebruik: de Línia de Lleida–La Pobla de Segur, geopend tussen 1949 en 1951 en later ternauwernood behouden.
In het landschap blijven monumentale, onafgemaakte bouwwerken als stille getuigen achter. In de comarca Utiel–Requena rijzen betonnen viaducten en half afgemaakte bruggen op tussen wijngaarden, pijnbomen en verlaten stations. Voorbeelden zijn de Puente de la Vía, de Puente de la Bullana en het indrukwekkende viaduct Puente del Varejo, bereikbaar via de zogenaamde Tunnel 24. Tunnels, spoorbeddingen zonder rails en incomplete overspanningen maken tastbaar hoe groot de oorspronkelijke ambities waren, maar ook hoe verwoestend de stilstand was voor plannen om het binnenland beter te verbinden.
Historici en lokale bewoners zien hier een patroon: grootse, politiek gedreven infrastructuurplannen die hun betekenis verliezen als demografie en economie veranderen. In de streek leeft tegenwoordig vooral landbouw — wijngaarden, olijven en amandelen — en weinig nieuwe economische impulsen. Toch groeit het besef dat de stoffige resten waarde kunnen krijgen als toeristische en ecologisch verantwoorde routes.
In Albacete en Jaén is dat idee al deels gerealiseerd: delen van het oude tracé werden omgevormd tot Vías Verdes, zoals de Vía Verde de la Sierra de Alcaraz (Villapalacios–Albacete, 106 km) en de Vía Verde de La Manchuela (Albacete–Villamalea, 81 km), waarvan die laatste in 2008 opengingen na een investering van circa 2,14 miljoen euro. Momenteel werken provincies samen aan het project Camino Natural – Vía Verde del Renacimiento, dat verschillende tracés tot een groene corridor van meer dan 140 km wil verbinden; dit initiatief werd in januari 2025 op FITUR in Madrid gepresenteerd door onder anderen provinciaal president Santi Cabañero en gedeputeerde Yolanda Ballesteros, met mogelijke deelname van Córdoba.
In het Valenciaanse deel van de oude Baeza–Utiel-lijn is een vergelijkbare herbestemming nauwelijks van de grond gekomen, wat door inwoners en onderzoekers als een gemiste kans wordt gezien. Wandel- en fietsroutes langs tunnels, viaducten en stille dorpen zouden erfgoed beschermen en kleinschalig toerisme kunnen stimuleren. Daarmee zou de ooit mislukte spoorlijn alsnog een betekenisvolle, duurzame tweede kans kunnen krijgen — niet meer als spoor naar Frankrijk, maar als route door een van de meest onbekende landschappen van Spanje.