Waarom Spanjaarden veel vaker in flats wonen dan Nederlanders
In dit artikel:
Ongeveer 65 procent van de Spaanse bevolking woont in een appartement — het hoogste aandeel within de EU — vooral geconcentreerd in grote steden zoals Madrid, Barcelona, Valencia en Málaga. Dat patroon is het resultaat van een mix van historische, economische en klimatologische factoren.
Spaanse steden groeiden vaak rond compacte, ommuurde centra waar weinig grond beschikbaar was. Toen in de twintigste eeuw, en met name in de jaren zestig en zeventig, miljoenen plattelandsbewoners naar steden trokken door industrialisatie en de opkomst van toerisme, moesten grote aantallen woningen snel worden gebouwd. De oplossing was verticaal: woonblokken en appartementscomplexen schoten aan de stadsranden omhoog om de instroom van arbeidskrachten te huisvesten. Daardoor bepaalt die bouwgolf nog steeds het uitzicht van veel stedelijke gebieden.
Schaarste en hoge prijzen van stedelijke bouwgrond versterken die neiging om omhoog te bouwen: per vierkante meter levert meerlaagse bebouwing meer woningen op dan laagbouw. Appartementen zijn daardoor niet alleen een praktisch antwoord op ruimtegebrek, maar ook een oftwel gangbare route naar eigenaarschap voor veel huishoudens. Het warme, mediterrane klimaat speelt mee: gedeelde muren en compacte straten verminderen directe zonbelasting en maken appartementen praktischer dan losse huizen met grote tuinen.
Dat staat in contrast met veel Noord-Europese landen, waar historisch meer ruimte beschikbaar was en vrijstaande of laagbouwwoningen met tuin werden bevoordeeld. Nederland vormt deels een uitzondering met compacte rijtjeshuizen, maar ook daar verschilt het stedelijke profiel van dat van Spaanse grootsteden.
Verticaal bouwen heeft voordelen — het bespaart ruimte voor stranden en openbare voorzieningen, zoals in Benidorm duidelijk zichtbaar — maar brengt ook nadelen. Hoge dichtheid legt druk op infrastructuur, water en de omgeving, vooral tijdens toeristische pieken. Bovendien versterken dichte, versteende wijken het hitte-eiland-effect; asfalt en beton houden overdag warmte vast, waardoor binnenstedelijke wijken ’s avonds minder afkoelen. Daarom investeren gemeenten steeds vaker in groenelementen, schaduwvoorzieningen, koelere materialen en energiezuinige gebouwen om leefbaarheid en klimaatbestendigheid te verbeteren.
Hoewel de woningdruk en grondprijzen het onwaarschijnlijk maken dat Spaanse steden op korte termijn massaal lager gaan bouwen, is er sinds de coronapandemie meer interesse voor ruimere woningen buiten de grootste stedelijke centra. Toch blijft het appartement voorlopig de dominante woonvorm in Spanje.