Waarom Spanje wilde paarden terugbrengt in de wilde natuur
In dit artikel:
In het zuiden van het Iberisch gebergte in Spanje worden opnieuw wilde paarden uitgezet als onderdeel van een renaturalisatieproject. Lokale natuurorganisaties en beheerders brengen de grazers terug om het landschap minder dicht te laten dichtgroeien en zo het brandrisico te verlagen.
Historisch maakten grote planteneters deel uit van deze ecosystemen; zij hielden grasland en struikvegetatie kort door continu te grazen. Met de afname van traditionele landbouw en begrazing is veel terrein verwilderd, zijn bosjes voller geworden en is er veel droog brandbaar materiaal opgehoopt. Dit verhoogt de kans op grote, snel voortschrijdende bosbranden, vooral tijdens Spanje’s hete, droge zomers.
Wilde paarden verminderen die risico’s door continu verschillende planten te eten, open plekken in het landschap te creëren en zo een mozaïek van dichte en open zones te vormen. Die structuur vertraagt vuurdoorslag en bevordert daarnaast biodiversiteit: meer plantensoorten en dieren vinden kansen in variërende habitats. Mensen starten het herstelproces door dieren uit te zetten en het gebied te begeleiden, waarna natuurlijke processen grotendeels het werk voortzetten.
Het project wordt gezien als een relatief goedkope en duurzame manier om landschappen te beheren zonder grootschalige machinale ingrepen. In de context van toenemende droogte en klimaatverandering biedt het inzetten van grote grazers een natuurgebaseerde maatregel om zowel veiligheid tegen branden als ecologische veerkracht te vergroten.