Wonen aan de Spaanse kust wordt steeds moeilijker: dit zeggen de nieuwste cijfers
In dit artikel:
Wonen aan de Spaanse kust wordt snel minder betaalbaar voor lokale bewoners. Volgens taxatiebedrijf Tinsa moeten huishoudens in kustgemeenten gemiddeld 40% van hun inkomen aan een koopwoning besteden, tegenover 34% landelijk. Op de Balearen loopt dat aandeel op tot 59%, wat Tinsa als bovenmatig beschouwt. De Spaanse woningwet noemt 30% betaalbaar; boven 35% geldt als onredelijk hoog.
In het eerste kwartaal van 2026 stegen de woningprijzen in 250 onderzochte kustgemeenten, exclusief provinciehoofdsteden, met 13,5% op jaarbasis. Na correctie voor inflatie bleef 10,5% over. Vooral de Balearen, Canarische Eilanden en Middellandse Zeekust werden duurder. Gemiddeld kostte een woning aan de kust 2.223 euro per vierkante meter, tegenover 1.992 euro landelijk. Tweede woningen waren gemiddeld 3.150 euro per vierkante meter.
De prijsdruk komt door vakantietoerisme, vakantieverhuur en de vraag naar tweede woningen. In 60% van de kustzones verstoort die markt inmiddels de reguliere woningmarkt. Het aandeel gebieden waar eerste en tweede woningen nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn, steeg in een jaar van 8 naar 20%. Kleine investeerders versterken de concurrentie door woningen te kopen voor eigen gebruik of verhuur, waardoor het aanbod voor inwoners verder afneemt.
Vandaag Inside: Wat verwacht Johan Derksen van de nieuwe partij van Mona Keijzer?