Wooncrisis in Spanje kost Sánchez steun: somber perspectief voor links
In dit artikel:
Een nieuwe peiling van El Mundo voorspelt zware verliezen voor de Spaanse premier Pedro Sánchez. Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, zouden de conservatieve Partido Popular (PP) en het radicaal-rechtse Vox samen 203 van de 350 parlementszetels behalen. Daarmee zouden zij ruim boven de 176 zetels komen die nodig zijn voor een absolute meerderheid.
De sociaaldemocratische PSOE van Sánchez zou volgens de peiling 25,6 procent van de stemmen en ongeveer 103 zetels krijgen. Dat zijn achttien zetels minder dan nu en ruim zes procentpunt minder dan bij de verkiezingen van 2023. De regering heeft al maanden te maken met een versnipperd parlement, politieke controverses en groeiende onvrede over haar beleid. Vooral de woningcrisis vergroot de druk: tienduizenden Spanjaarden protesteerden afgelopen weekend tegen de hoge woonkosten en het tekort aan betaalbare huizen, maar veel kiezers vinden de aangekondigde maatregelen onvoldoende.
De PP zou met 32,6 procent en circa 140 zetels de grootste partij blijven. Vox zou verder groeien naar 63 zetels. Samen zouden beide partijen 50,9 procent van de stemmen behalen, waarbij zij onder meer voormalige PSOE-kiezers aantrekken. De linkse partijen Sumar en Podemos profiteren nauwelijks van de woonprotesten en zouden samen slechts elf zetels krijgen.
Ook met steun van regionale partijen als ERC, PNV, Bildu en BNG zou Sánchez volgens de peiling geen meerderheid kunnen vormen. Alleen Junts verliest duidelijk terrein; die zetels lijken deels naar Aliança Catalana te gaan. Omdat steeds minder kiezers twijfelen, lijkt de ruimte voor grote verschuivingen beperkt. Of Sánchez vervroegde verkiezingen uitschrijft, is nog onzeker, maar de huidige verhoudingen zijn voor hem weinig hoopgevend.
Vandaag Inside: Johan Derksen sceptisch over tv-ambities Raymond Mens en Thomas van Groningen: ‘Slaan op hol!’