Zapatero als verdachte: 'caso Plus Ultra' wordt zwaarste corruptiezaak tegen Spaans oud-premier ooit

dinsdag, 26 mei 2026 (13:19) - InSpanje

In dit artikel:

José Luis Rodríguez Zapatero, de voormalige Spaanse premier (2004–2011), moet zich op 2 juni voor de Audiencia Nacional verantwoorden in wat wordt gezien als het zwaarste gerechtelijke dossier tegen een ex-premier in Spanje. De zaak draait om de toekenning van 53 miljoen euro coronasteun in 2021 aan de kleine luchtvaartmaatschappij Plus Ultra, een onderneming met nauwe banden met Venezuela.

Onderzoek door de UDEF (financiële recherche) brengt volgens justitie een vermeend georganiseerd netwerk van bemiddelaars aan het licht dat staatsbeslissingen zou hebben proberen te sturen in ruil voor provisies. In interne Plus Ultra-communicatie duiken verwijzingen op naar contacten met “los Zapatero”; daarnaast is in parlementaire zittingen een contract genoemd waarin 1 procent vergoeding over de lening wordt genoemd. Ook zouden betalingen zijn gedaan aan bedrijven van een vriend van Zapatero die in Venezuela actief is en deuren zou hebben geopend voor de maatschappij.

Op basis van die bevindingen beschrijft een 85 pagina’s tellend gerechtelijk bevel Zapatero als centrum van een “stabiele, hiërarchische structuur”. Tegen hem lopen beschuldigingen als deelname aan een criminele organisatie, beïnvloeding van overheidsbesluiten, witwassen en valsheid in geschrifte. Zapatero ontkent alle aantijgingen; hij zegt geen commissies te hebben ontvangen en geen onrechtmatige invloed te hebben uitgeoefend. Plus Ultra stelt verder te willen meewerken met justitie en haar activiteiten normaal voort te zetten.

De zaak heeft breder politieke en juridische gevolgen. Naast het Openbaar Ministerie hebben de conservatieve partijen PP en Vox en de pressiegroep Hazte Oír zich als acusación popular gemeld — een Spaans instrument waarmee burgers of organisaties als aanklager kunnen optreden zonder directe slachtofferschap. Hazte Oír heeft zelfs verzocht Zapatero’s vrouw, Sonsoles Espinosa, en zijn dochters Laura en Alba als verdachten te behandelen; zij zouden betrokken rekeningen en vennootschappen hebben. Tevens zijn verzoeken ingediend om negen voormalige ministers, onder wie Pablo Iglesias, Alberto Garzón en Arancha González Laya, als verdachte op te roepen. De rechter heeft hierover nog geen beslissing genomen.

Het onderzoek reikt naar internationale geldstromen tussen Spanje en Venezuela; justitie vraagt via rechtshulp onder meer informatie uit Frankrijk en Zwitserland om mogelijke witwasroutes en financiële structuren te traceren. De Europese Commissie keurde wel de algemene staatssteunkaders voor pandemiemaatregelen goed, maar gaf nooit expliciet toestemming voor dit individuele reddingspakket, wat een belangrijk twistpunt vormt.

Hoe zwaar de aanwijzingen standhouden, zal in de rechtszaal duidelijk worden; op 2 juni staat de volgende stap gepland.